BLOG: Je kunt niet om de feiten heen
Feiten zijn één van de vier relationele natuurwetten, die in ieder individu en in iedere relatie een significante rol spelen. Bewust of onbewust, openlijk of verborgen.
Feiten zijn gegevenheden in je bestaan, die onveranderlijk zijn. Zoals je geboortejaar, je plaats in het gezin, gescheiden ouders, de brand in je huis, je trouwdag, de opleiding die je hebt gevolgd, de cultuur waarin je opgroeit en de boodschappen die je vandaag hebt gedaan. Dit zijn feiten van buitenaf. Je kunt deze feiten niet terugdraaien, noch ongedaan maken.
Er zijn ook feiten vanbinnen uit, de biologische gegevenheden. Dat wat je erft vanuit je voorgeslacht, je oogkleur, aanleg voor obesitas of hartfalen, je lichaamslengte, een syndroom, je kwaliteiten zoals muzikaliteit, creativiteit, de gouden handen of de groene vingers. Ook deze kun je niet ongedaan maken. Een aantal ervan is zeker wel te beïnvloeden of worden beïnvloed. Soms gekozen, soms opgelegd.
Feiten zijn vaak het uitgangspunt voor ons handelen of voor anderen het uitgangspunt om ons te benaderen, te gebruiken of te negeren. Het is van wezenlijk belang de feiten in acht te nemen, ze te laten staan voor wat ze zijn. Als je ze wilt veranderen of ongedaan maken trek je aan een dood paard. Je krijgt ruzie, wordt ziek en veelal ongelukkig.
Als je een feit verdraaid of ontkend, sneuvelt op zijn minst de waarheid.
Feiten zijn gegevenheden waar je mee om moet leren gaan. Feiten zijn vaak een (nieuw) vertrekpunt. Ze beperken je, bepalen je bij de werkelijkheid, bieden je kansen en geven je richting in het leven.
Zolang als Chiel zich kan herinneren heeft hij af en aan contact met de GGZ. Nu komt hij op eigen initiatief naar mij. Het is ons derde gesprek. Hij wil niet meer automutileren en ook van de pillen af, want die maken hem suf en lusteloos (zonder medicatie was hij suïcidaal). Hij heeft zichzelf en zijn gezin van herkomst op tafel gezet. Hij blijft schuiven met de poppetjes die hen verbeelden. “Het gaat erom wie nou echt de ander ziet,” zegt hij al schuivend en de hoofden van de poppetjes omdraaiend. Ik zie dat het poppetje dat zijn vader verbeeldt naar niemand kijkt. Zijn moeder kijkt naar de poppetjes die zijn broers verbeelden en zijn broers kijken naar elkaar. Chiel pakt nog een poppetje, een verpleegstertje, en zet dat neer naast het poppetje dat zijn moeder verbeeldt. Dat poppetje kijkt naar het poppetje van Chiel zelf. “Nu heeft ze twee poppetjes,” zegt Chiel, “dat is ook zo, ze heeft twee gezichten: dat zorgen,” hij pakt het verpleegsterspoppetje op, ”doet ze voor mij door bezorgd te zijn en zich te bemoeien met mij. Ze voelt wel aan als het niet goed met mij gaat.” Dan maakt hij een zwaaiende beweging naar de rest op tafel en zegt: “zij niet, zij laten mij alleen staan. Precies zoals ik het nu heb verbeeld, is het ook.” “Moet er nog iets bij wat er feitelijk is, bij jou of in jullie gezin, maar wat je nog niet hebt verbeeld?” vraag ik. Chiel krijgt een kleur. Zijn ogen zoeken het materiaal af, aan de zijkanten op tafel. Dan pakt hij een roze koordje, vouwt er een strikje van en legt het voorzichtig neer bij zijn eigen poppetje. Zijn ogen zoeken nog steeds. Hij pakt een klein poppetje en zegt: “hiermee verbeeld jij toch altijd de echte zelf van iemand?” Zonder op mijn antwoord te wachten legt hij dat poppetje op het roze strikje en schuift dat dan achter zijn volwassen poppetje. “Kijk,” zegt hij, “dat ziet dus niemand maar het is er wel.” Ik zie het.
Voor mij vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. Maar daar heeft Chiel nog niets aan. En ik ook niet. Nu gaat het pas echt beginnen. Vind ik dan de weg naar heling voor Chiel? De weg die hij moet gaan? Hij is de oudste van 5 broers. Na hem was er een doodgeboren meisje en vervolgens even niets vanwege een depressie van zijn moeder. Toen kwamen de tweelingbroers en daarna nog twee jongens vrij dicht op elkaar. Zijn vader heeft een aannemersbedrijf, dat hij heeft overgenomen van zijn vader. Hij wilde Chiel in de zaak, maar Chiel wilde graag naar de theaterschool. Dat mocht niet van vader. Moeder steunde Chiel, maar Chiel belandde in de GGZ. Het loyaliteiten-riedeltje gaat door me heen, evenals alle parentificatievormen; het geven van vader aan zijn vader en de verwachtingen naar zijn zonen etc. De moeder van Chiel zit tussen twee vuren. Ik besluit bij de feiten te beginnen en die samen met Chiel maar openlijk op tafel te verbeelden en te bespreken. Daarna gaan we samen kijken naar wat hij zelf in huis heeft om er mee om te gaan.
Vragen:
- In hoeverre houd jij rekening met de (naakte) feiten in de relaties die je hebt?
- Zoek je weleens met andere betrokkenen uit wat een bepaald feit te weeg heeft gebracht of brengt?
- Neem jij de ander weleens iets kwalijk waar hij niets aan kan doen, omdat het een feit is waar hij geen keuze in had?
- Neem jij jezelf weleens iets kwalijk omdat er een feit is, wat jouw leven bepaalt terwijl het niet jouw keuze is?
Nieuwe blogs als eerste via email ontvangen?
Vul dan hier je emailadres in:


